Werkverschaffing in Nederland

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Werkverschaffing

 

Werkverschaffing is het in georganiseerd verband organiseren van projecten om werklozen een nuttige tijdsbesteding te geven. Hoewel het begrip werkverschaffing reeds in de negentiende eeuw voorkomt, is het vooral bekend uit de crisisjaren, de jaren 1930 – 1940. Wereldwijd was er in die periode een zeer grote werkloosheid. In Sydney, Australië werd bijvoorbeeld de Sydney Harbour Bridge gebouwd als werkverschaffingsproject.
Werkverschaffing in Nederland

In Nederland werd vanaf de jaren twintig van de 20ste eeuw een groot aantal werkverschaffingsprojecten opgezet. In de werkverschaffing kregen de werklozen geen echte baan aangeboden, maar werden ze door de overheid verplicht om in grote werkploegen ongeschoold werk uit te voeren bijvoorbeeld het ontginnen van een hoogveengebied of het graven van kanalen. Dit alles gebeurde met schop, kruiwagen en kiepkar. De werkverschaffing was omstreden, met name in socialistische kringen werd de werkverschaffing als een vorm van uitbuiting beschouwd. Het werk was zwaar, de werkweken zo’n 50 uur, de omstandigheden erbarmelijk en het loon was maar net genoeg om met een gezin rond te komen. In 1939 verdiende iemand in de werkverschaffing 14 tot 17,50 gulden per week (omgerekend naar 2013 tussen de € 120,00 en € 150,00).[1] In de nabijheid van de projecten liet de overheid zogenoemde “werkkampen” bouwen, waar de tewerkgestelden woonden. Alleen zaterdagavond en zondag konden zij thuis zijn.

Werklozen die weigerden of zij die het werk niet konden volhouden, kregen geen steun en waren aangewezen op de armenzorg, wat in die dagen als een blamage werd gezien. Veel werkverschaffingsprojecten werden uitgevoerd onder leiding van de Nederlandse Heidemaatschappij (de Heidemij). De overheid bepaalde de projecten, de werktijden en de lonen, de Heidemij hield toezicht op de arbeiders. Heidemij-medewerkers gaven orders, hielden iedereen in de gaten, betaalden het loon uit en hielden contact met de overheid. Toezichthouders van de Heidemij werden door de arbeiders ‘stoklopers’ genoemd. De naam verwijst naar de stok die opzichters en uitvoerders vroeger bij zich droegen. Zo’n stok had een vaste lengte en werd in de turfwinning gebruikt om de hoeveelheid geproduceerde turf vast te stellen. Hoewel het opmeten bij de Heidemij allang niet meer met een meetstok werd gedaan, bleef de term bestaan en werd het woord nog gebruikt om een opzichter c.q. uitvoerder aan te duiden. Onenigheid met een stokloper kon snel leiden tot ontslag. De arbeiders protesteerden dan ook niet, want ontslag betekende armenzorg.

Ook de Grontmij heeft in het kader van de werkverschaffing projecten uitgevoerd voor de overheid (waaronder de verbetering van de Beilervaart (1926) en de aanleg van Vliegveld Eelde (1931)).[2]

In de tweede helft van de jaren dertig zwol de kritiek op de werkverschaffing aan, de omstandigheden van de arbeiders noemde men onmenselijk. In een gedenkboek van de Heidemij uit 1946 schrijft de Heidemij: “De Heidemij is wellicht wel eens wat onbewogen geweest in jaren, toen meer bewogenheid ons volk ten goede zou zijn gekomen.” maar vervolgt ze: “Doch waar wij moeten zeggen dat de Heidemaatschappij haar plicht strikt heeft vervuld, zou het menigeen onzer liever zijn, wanneer wij konden zeggen dat wij in de periode van de werkverschaffing het woord had genomen en in een gericht betoog andere wegen had aanbevolen.” Bij het honderdjarig bestaan van de Heidemij vermeldt het bedrijf (later opgevolgd door Arcadis) deze kritische noten niet in het jubileumboek. [3]

In 1936 stelde minister Marcus Slingenberg een rouleringssysteem in, waarbij werklozen afwisselend steun kregen en in de werkverschaffing konden werken. In 1939 werd door de regering de Rijksdienst voor de Werkverruiming opgericht. Na de oorlog was de werkloosheid ook zeer groot, mede daardoor werd de werkverschaffing weer ingesteld – ditmaal onder de naam Dienst Uitvoering Werken kortweg D.U.W.
Voorbeelden van werkverschaffingsprojecten

De volgende projecten zijn gerangschikt op alfabetische volgorde naar locatie.

Alphen aan den Rijn: Bospark
Amersfoort: Pinetum Birkhoven
Amsterdam: Bosbaan
Amsterdam: Het Boschplan (Amsterdamse Bos)
Biesbosch: Polder de Biesbosch (1926-1927)
Boxtel: Afwateringskanaal
Buinen: Kanaal Buinen-Schoonoord
Den Haag, Ockenburg: archeologische opgravingen o.l.v. het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden (1930-1936).
Dordrecht: Wantijbad, (1936)
Ede: Openluchttheater
Enter (Overijssel): Dempen van de grachten rondom de voormalige havezate Leyerweerd en verbreden van de Entergraven.
Giekerk: Zandafgraverij
Gouda: Julianasluis en Gouwekanaal.
Hardenberg: aanleg boswachterij Hardenberg bij Rheeze
‘s-Hertogenbosch: Sportpark De Hooge Donken (voltooid in 1926).
‘s-Hertogenbosch: Verbeteren van de verkeersweg Nijmegen – ‘s-Hertogenbosch.
Hilversum: Park met siervijvers in recreatiegebied Anna’s Hoeve (1933).
Leiden: Stadspark Leidse Hout.
Leiden: Kanalisatie van de Zijl tussen Leiden en de Kagerplassen (1936-1937).
Loppersum: Zoutwaterbad (1933).
Maas: Kanalisatie van de Maas, zie krantenartikel hiernaast.
Middelburg: Kanaal in waterwingebied Oranjezon.
Monster: het planten van bossen en struiken en de constructie van een 11 meter hoge Bloedberg (1934).
Nijmegen: het Goffertpark met het oude Goffertstadion (zie N.E.C.) (1935-1939).[4]
Nijmegen: Vergroten van de Nieuwe Haven (1934).
Ommen: ontginningen en aanleg bos, o.a. Alteveer, Arriën, Landgoed Junne, Landgoed Eerde en bij de Laarbrug.
Otterlo: Recreatieplas de Zanding.
Roosendaal: Burgemeester Coenenpark en de Parklaan (1934).
Rotterdam: Kralingse Bos.
Sittard: Stadspark (1920-1927).
Soest: Openluchtzwembad
Staphorst: Boswachterij Staphorst (Zwarte Dennen) (1930-1940).
Tietjerksteradeel: Inpoldering van de Zwarte Broek onder Molenend.
Tilburg: Wandelbos (1920-1937).
Twentekanaal
Utrecht: Julianapark (1935).
Vliegveld Valkenburg
Valleikanaal (1935 – 1939)
Vlagtwedde; Ontginning in Jipsinghuizen.
Vlissingen: Egaliseren terrein rondom voormalig Fort de Ruyter (1937-1938).
Kamp Westerbork (1939)
Winterswijk: Het Strandbad.
Zeist: De stuifheuvel

2 gedachtes over “Werkverschaffing in Nederland

  1. Bron: http://www.encyclo.nl/begrip/werkverschaffing

    Werkverschaffing

    Methode van armenzorg waarbij de armen te werk werden gesteld en waarmee aldus de kosten van uitkeringen gedrukt konden worden.
    De werkverschaffing nam in Nederland vooral grote vormen aan in de jaren `20 en `30 van de 20e eeuw. In Drenthe droegen de diaconieën in de 17e en 18e eeuw ook al zorg voor een bepaalde vorm van werkverschaffing:
    Gevonden op http://www.encyclopediedrenthe.nl/Werkverschaffing

    WERKVERSCHAFFING

    1) Tewerkstelling 2) Taakverschaffing
    Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/WERKVERSCHAFFING/1

    Werkverschaffing

    Werkverschaffing is het in georganiseerd verband organiseren van projecten om werklozen een nuttige tijdsbesteding te geven. Hoewel het begrip werkverschaffing reeds in de negentiende eeuw voorkomt, is het vooral bekend uit de crisisjaren, de jaren 1930 – 1940. Wereldwijd was er in die periode een zeer grote werkloosheid. In Sydney, Australië wer
    Gevonden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Werkverschaffing
    Wellicht gerelateerd aan `werkverschaffing` (1)

    Werkverschaffingsgebouw
    Het werkverschaffingsgebouw aan het Steenwijkerdiep in de Nederlandse plaats Steenwijk werd in 1895 gebouwd ten behoeve van de Steenwijkse Vereeniging tot bestrijding der bedelarij door werkverschaffing.

    Het werkverschaffingsgebouw kon gerealiseerd worden dankzij een gift van de houthandelaar Salco Tromp Meesters, die in 1895 overleed.[1] De eerste stenen van het gebouw werden gelegd door zijn twee kleinzonen, Willem Frederik en Salco Tromp Meesters[2]. Een gevelplaat en twee ingemetselde stenen herinneren aan de schenker Salco Tromp Meesters en zijn beide kleinzonen. De vereniging tot bestrijding der bedelarij gebruikte het gebouw als een mattenvlechterij. Ook in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog heeft het nog voor dit doel gediend. Later werd het pand gebruikt door een vloerbedekkingsbedrijf. Sinds 1992 heeft het gebouw een horecafunctie.

    Ondanks de ingrijpende wijzigingen van het gebouw door de veranderde functie is het vanwege de oorspronkelijke functie en de architectonische en historische waarde erkend als een rijksmonument.[3]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s